home

Allergieën en overgevoeligheid


De begrippen voedselallergie, voedselovergevoeligheid en voedselintolerantie worden vaak door elkaar en daardoor verkeerd gebruikt. Zelfs voor spruitjes die men gewoon niet lust: "daar ben ik allergisch voor" of voor werk of school waar men geen zin in heeft: "ik ben allergisch voor (huis)werk". En zo is voedselovergevoeligheid al snel iets waarover grappen gemaakt worden. De realiteit is echter heel wat minder lachwekkend. Hier de begrippen en uitleg bij elkaar.

 

Voedselovergevoeligheid is een (ziekmakende) reactie op het eten of drinken van een voedingsmiddel waarvan de meeste mensen echter geen last hebben. Onder deze verzamelnaam vallen voedselallergie en voedselintolerantie. Hoewel de klachten overéénkomen, zijn de reactiemechanismen echter heel verschillend:

  • Bij een voedselallergie verloopt de reactie via ons afweersysteem.
  • Bij een voedselintolerantie is het afweersysteem niet betrokken.

Voedselallergie komt voor bij ongeveer 1-2% van de volwassenen en 1-2,5% van de kinderen. Het lichaam reageert dan op een overdreven manier op kleine hoeveelheden van een bepaald voedingsmiddel. Er worden specifieke antistoffen gemaakt tegen de zogenaamde allergenen. Dit zijn eiwitten die in de voeding voorkomen. Door de aanwezigheid van deze antistoffen kan kontact met een klein beetje van dit allergeen al een enorme reactie veroorzaken. De klachten kunnen sterk variëren: van jeuk, eczeem, buikpijn en astma, die dagelijks hinder veroorzaken, tot zeer heftige en soms zelfs levensbedreigende reacties, zoals de anafylactische shock.

 

Het bestanddeel in voedsel (bijna altijd een eiwit) dat de klachten veroorzaakt wordt 'allergeen' genoemd. Het immuunsysteem maakt hiertegen antistoffen aan, die een rol spelen in de uiteindelijke klachten. Een andere vorm van voedselovergevoeligheid waarbij het immuunsysteem een rol speelt is coeliakie. Hierbij spelen andere immunologische mechanismen een rol dan bij allergie en worden de klachten veroorzaakt door gluteneiwitten. De enige effectieve therapie bij voedselallergie en coeliakie is het vermijden van het voedingsmiddel dat de klachten veroorzaakt. Het is dus belangrijk te weten welke producten vrij zijn van allergenen. De ALlergenendataBAnk (ALBA) maakt deze informatie beschikbaar voor consumenten.


Men spreekt van voedselintolerantie indien de respons op een voedingsmiddel niet door een immunologische reactie wordt veroorzaakt. Hoe dit mechanisme wel werkt, is nog niet duidelijk. In ieder geval vindt er een directe reactie plaats van ons lichaam op voedselbestanddelen. Mechanismen die hierbij een rol spelen kunnen van metabole-(lactose intolerantie), pharmacologische- of van nog onbekende aard zijn. Vaak is er sprake van een drempelwaarde, waardoor kleine hoeveelheden van het voedingsmiddel wel worden verdragen, maar grotere hoeveelheden klachten veroorzaken. Men schat dat circa 1% van de volwassenen en 4-7% van de kinderen intolerant is voor een bepaald voedingsbestanddeel.